Dekkingsgeschillen bij insolventie – uitdagingen voor D&O-verzekeringen en bestuursaansprakelijkheid.

Transparenz: Redaktionell erstellt und geprüft.
Veröffentlicht am

< divers>Dekkingsgeschillen in het faillissement van de verzekeringnemer spelen in de juridische adviespraktijk een steeds belangrijkere rol op het snijvlak van D&O-verzekeringen, bestuursaansprakelijkheid en het insolventierecht. Nadat de Vierde Burgerlijke Senaat van het Federale Hof van Justitie, verantwoordelijk voor het verzekeringsrecht, in een vonnis van 18 november 2020 met overtuigende redenen besliste over de voorheen controversiële vraag dat claims van de onderneming tegen haar bestuurders tot compensatie voor betalingen gedaan na de insolventiefase (zie nu artikel 15b lid 4 InsO) een wettelijke vordering tot schadevergoeding vormen in de zin van de standaard marktvoorwaarden voor D&O-verzekeringen, ligt de nadruk vandaag op het dekkingsrecht. Geschillen over de vraag of het bestuurslid in het specifieke geval maakte zich schuldig aan een bewust plichtsverzuim met betrekking tot...

&lt; div>Deckungsrechtliche Auseinandersetzungen in der Insolvenz der Versicherungsnehmerin spielen in der anwaltlichen Beratungspraxis an der Schnittstelle von D&amp;O-Versicherung, Organhaftung und Insolvenzrecht eine zunehmend gewichtige Rolle. Nachdem der für das Versicherungsrecht zuständige IV. Zivilsenat des Bundesgerichtshofs mit Urteil vom 18.11.2020 mit überzeugender Begründung die bis dahin umstrittene Frage entschieden hat, dass Ansprüche der Gesellschaft gegen ihre Geschäftsführer auf Ersatz von nach Eintritt der Insolvenzreife geleisteter Zahlungen (vgl. jetzt § 15b Abs. 4 InsO) einen gesetzlichen Schadensersatzanspruch im Sinne der marktüblichen D&amp;O-Versicherungsbedingungen darstellen, liegt ein Fokus deckungsrechtlicher Auseinandersetzungen heute bei der Frage, ob dem Organmitglied im konkreten Fall eine wissentliche Pflichtverletzung im Hinblick &hellip;
< divers>Dekkingsgeschillen in het faillissement van de verzekeringnemer spelen in de juridische adviespraktijk een steeds belangrijkere rol op het snijvlak van D&O-verzekeringen, bestuursaansprakelijkheid en het insolventierecht. Nadat de Vierde Burgerlijke Senaat van het Federale Hof van Justitie, verantwoordelijk voor het verzekeringsrecht, in een vonnis van 18 november 2020 met overtuigende redenen besliste over de voorheen controversiële vraag dat claims van de onderneming tegen haar bestuurders tot compensatie voor betalingen gedaan na de insolventiefase (zie nu artikel 15b lid 4 InsO) een wettelijke vordering tot schadevergoeding vormen in de zin van de standaard marktvoorwaarden voor D&O-verzekeringen, ligt de nadruk vandaag op het dekkingsrecht. Geschillen over de vraag of het bestuurslid in het specifieke geval maakte zich schuldig aan een bewust plichtsverzuim met betrekking tot...

Dekkingsgeschillen bij insolventie – uitdagingen voor D&O-verzekeringen en bestuursaansprakelijkheid.

<

Diverse dekkingsgeschillen in het faillissement van de verzekeringnemer spelen in de juridische adviespraktijk een steeds belangrijkere rol op het snijvlak van D&O-verzekeringen, bestuursaansprakelijkheid en het insolventierecht.

Nadat de Vierde Burgerlijke Senaat van het Federale Hof van Justitie, verantwoordelijk voor het verzekeringsrecht, in een vonnis van 18 november 2020 met overtuigende redenen besliste over de voorheen controversiële vraag dat claims van de onderneming tegen haar bestuurders tot compensatie voor betalingen gedaan na de insolventiefase (zie nu artikel 15b lid 4 InsO) een wettelijke vordering tot schadevergoeding vormen in de zin van de standaard marktvoorwaarden voor D&O-verzekeringen, ligt de nadruk vandaag op het dekkingsrecht. Geschillen over de vraag of het bestuurslid in het specifieke geval kan worden beschuldigd van een bewust plichtsverzuim met betrekking tot een laattijdige aanvraag van de insolventie (zie het Oberlandesgericht Keulen, arrest van 16 november 2021 - 9 U 253/20). Deze vraag wordt doorgaans pas relevant als het bestuurslid of de vennootschap (op grond van overgedragen rechten) vrijstelling vraagt ​​van de D&O-verzekeraar vanwege de gestelde claims. Als onderdeel van de defensieve dekking is er doorgaans op zijn minst een voorlopige dekking voor het verzekerde bestuurslid totdat een juridisch bindende vaststelling van een wetende plichtsverzuim is gedaan.

D&O-verzekeringscontracten bevatten echter soms ook zogenaamde insolventie-uitsluitingsclausules. Deze clausules bepalen dat de verzekeraar is vrijgesteld van aansprakelijkheid voor bepaalde plichtsverzuimen die zijn gepleegd nadat de insolventiegebeurtenis zich heeft voorgedaan of die in ieder geval verband houden met een laattijdige indiening van de insolventie.

In een vanNoerrVoor zover te zien heeft de regionale rechtbank van Keulen voor het eerst beslist over de interpretatie van een zogenaamde insolventie-uitsluiting. Dit was gebaseerd op de volgende feiten.

1. Wat betreft de feiten

Eiser is voormalig voorzitter van de raad van commissarissen van de insolvente schuldenaar. In de (nog hangende) schadevergoedingsprocedure stelt de curator vorderingen in tegen de eiser in haar hoedanigheid van voormalig voorzitter van de raad van commissarissen van de schuldenaar. De curator stelt vermeend plichtsverzuim door de eiser in verband met het toezicht op de voormalige CEO van de failliete schuldenaar tijdens het afsluiten en betalen van een lening ter waarde van 4,2 miljoen euro. De curator stelt onder meer dat de betaling van de lening in strijd is met de plichten. De raad van commissarissen zou hebben nagelaten de financiële omstandigheden van de kredietnemer en de waarde van de terugbetalingsvorderingen van de lening te onderzoeken. Daarnaast voert de curator aan dat de raad van commissarissen geen onafhankelijk juridisch advies zou hebben ingewonnen over onder meer de vraag of de verzekeringnemer volgens de statuten wel een lening aan de kredietnemer mocht verstrekken. Daarnaast voert de curator aan (hetgeen door eiseres wordt betwist) dat de schuldenaar bij het aangaan van de litigieuze lening al insolvabel was. Volgens de curator hadden eiseres en de tegen haar aangeklaagde commissarissen daarom hun plicht om toezicht te houden op de raad van bestuur geschonden bij het tijdig aanvragen van het faillissement. De D&O-verzekeraar heeft de beschuldiging van de curator aangegrepen als een kans om de commissarissen een verzekeringsdekking te ontzeggen voor de daadwerkelijke vordering op de curator op grond van een in de verzekeringsovereenkomst overeengekomen faillissementsuitsluiting. De uitsluiting wegens insolventie luidt gedeeltelijk als volgt:

De verzekeringsdekking geldt niet voor verzekerde gebeurtenissen die gebaseerd zijn op een schending van de verplichting om een ​​aanvraag in te dienen voor het openen van een insolventieprocedure over de activa van de verzekeringnemer of een dochteronderneming, of op een schending van de verplichting om toezicht te houden op de tijdige indiening van de aanvraag..”

2. Beslissing van de regionale rechtbank van Keulen

Volgens het verzoekschrift heeft de regionale rechtbank van Keulen de gedaagde bevolen om aan de eiser een verzekeringsdekking te verlenen in overeenstemming met de voorwaarden.

De regionale rechtbank oordeelde dat in het specifieke geval niet was voldaan aan de inhoudelijke vereisten van de insolventie-uitsluitingsclausule. Volgens de beslissing van de regionale rechtbank van Keulen geldt de uitsluiting alleen onder de voorwaarde dat de claim gegrond isalleende schending van de daar genoemde verplichting om toezicht te houden op een tijdige insolventieprocedure

Lees het bronartikel op www.noerr.com

Naar het artikel